Een paard dat zijn ruwvoer te snel opeet, uren zonder hooi staat of vooral energie uit krachtvoer haalt, kan dat niet altijd meteen tonen. Toch begint veel van zijn dagelijks welzijn bij vezelrijke voeding. Vezels houden het spijsverteringsstelsel bezig zoals de natuur het bedoeld heeft, ondersteunen een rustige maag-darmwerking en geven jouw paard de tijd om te kauwen, speeksel aan te maken en zich tevreden te voelen.
Voor veel paardeneigenaars klinkt dat logisch, maar de praktijk is vaak minder eenvoudig. Niet elk paard heeft dezelfde behoefte, niet elk hooi heeft dezelfde kwaliteit en een voerplan moet passen bij werk, gewicht, leeftijd en gezondheid. Een vezelrijk rantsoen is dus geen vaste hoeveelheid uit een zak, maar een doordachte basis waarop u verder bouwt.
Waarom vezels zo bepalend zijn voor paarden
Het paard is gemaakt om een groot deel van de dag kleine hoeveelheden vezelrijk plantenmateriaal te eten. In de dikke darm en blindedarm zetten micro-organismen vezels om in energie. Die energie komt geleidelijk vrij en is voor veel paarden een belangrijke, stabiele brandstof.
Daarom doet ruwvoer meer dan alleen de honger stillen. Voldoende structuur stimuleert het kauwen. Tijdens het kauwen maakt een paard speeksel aan, dat helpt om het maagzuur te bufferen. Langere periodes zonder voer kunnen de maag onnodig belasten, zeker bij paarden die intensief trainen, snel stress ervaren of eerder maagproblemen hadden.
Ook het gedrag speelt mee. Een paard dat lang kan foerageren, heeft minder tijd om zich te vervelen. Onrust in de stal, kribbebijten, hout knagen of obsessief eten kunnen meerdere oorzaken hebben, maar een te korte eetduur verdient altijd aandacht. Vezels zijn dus niet alleen voeding, maar ook een onderdeel van comfort en natuurlijk gedrag.
Ruwvoer is de kern van vezelrijke voeding voor paarden
Hooi (liefst droog), gras en in sommige situaties (gerste)stro vormen de basis van het rantsoen. Voor een volwassen paard wordt doorgaans minimaal 1,5 procent van het lichaamsgewicht per dag aan droge stof uit ruwvoer als richtlijn gebruikt. Voor een paard van 600 kilogram komt dat vaak neer op ongeveer 9 kilogram droge stof. Hoeveel kilo hooi dat in werkelijkheid is, hangt af van het vochtgehalte.
Die richtlijn is een ondergrens, geen ideaal voor elk paard. Veel paarden doen het goed met meer ruwvoer, zolang hun gewicht en gezondheid dat toelaten. Een sobere pony met overgewicht vraagt bijvoorbeeld om een andere aanpak dan een groot sportpaard dat moeilijk op gewicht blijft. Bij paarden met insulineresistentie, hoefbevangenheid of PPID is de suikerwaarde van het ruwvoer bijzonder relevant.
De kwaliteit van het ruwvoer telt even hard als de hoeveelheid. Goed hooi ruikt fris, is vrij van schimmel en stof en bevat geen ongewenste planten of verontreiniging. De kleur alleen vertelt weinig: ook mooi groen hooi kan voedzaam of juist arm zijn. Een ruwvoeranalyse geeft duidelijkheid over droge stof, suiker, eiwit en energie. Dat is vooral waardevol wanneer jouw paard vermagert, te zwaar wordt, gevoelig is voor hoefbevangenheid of moeilijk presteert.
Hooi, voordroog of gras?
Hooi is voor veel paarden een betrouwbare basis, op voorwaarde dat het hygiënisch en passend van samenstelling is. Voordroog is doorgaans minder geschikt en moet na openen correct worden bewaard en snel opgevoerd om kwaliteitsverlies te voorkomen. Gras levert vezels, maar kan ook veel suiker en energie bevatten. Vooral in het voorjaar en na stressperiodes in het gras kan die samenstelling sterk wisselen.
Stro kan de eetduur verlengen en structuur toevoegen, maar is geen volwaardige vervanger van hooi. Het bevat weinig voedingswaarde en is niet voor elk paard geschikt. Paarden met gevoelige luchtwegen, gebitsproblemen of een voorgeschiedenis van verstoppingskoliek verdienen extra voorzichtigheid. Bouw (gerste)stro altijd geleidelijk in en zorg dat vers drinkwater vrij beschikbaar is.
Niet elke vezelbron doet hetzelfde
Naast ruwvoer bestaan er vezelrijke aanvullingen, zoals luzerne, grasbrok, hooi- of kruidenbrok, bietenpulp en vezelrijke muesli’s. Ze kunnen een nuttige plaats hebben, maar hun functie verschilt. Luzerne bevat bijvoorbeeld relatief veel eiwit en calcium en kan goed passen bij paarden die extra conditie of spierondersteuning nodig hebben. Voor een sobere pony is het niet automatisch de eerste keuze.
Bietenpulp is een goed verteerbare vezelbron die vaak wordt ingezet om energie toe te voegen zonder grote hoeveelheden zetmeel. Het kan interessant zijn voor oudere paarden, paarden die moeten aankomen of paarden die krachtvoer minder goed verdragen. Gebruik alleen producten die geschikt zijn voor paarden en bereid ze volgens de aanwijzingen op de verpakking, zeker wanneer weken vereist is.
Gras- en hooibrokken zijn praktisch voor paarden met slechte tanden, senioren of paarden die tijdelijk minder lang ruwvoer kunnen kauwen. Ingeweekt geven ze een zachte vezelmaaltijd. Ze vervangen echter niet vanzelf het kauwwerk en de bezigheid van langstengelig ruwvoer. Waar mogelijk blijft hooi of ander lang ruwvoer daarom de eerste keuze.
Wanneer krachtvoer een plaats krijgt
Krachtvoer is niet per definitie verkeerd. Een paard met intensieve arbeid, een drachtige of lacterende merrie, een opgroeiend jong paard of een moeilijk houdbaar seniorpaard kan extra energie, eiwit, vitaminen en mineralen nodig hebben. De vraag is niet of krachtvoer goed of slecht is, maar welk type, welke hoeveelheid en of het werkelijk nodig is.
Begin altijd bij het ruwvoer. Pas daarna bepaal je wat ontbreekt. Heeft jouw paard voldoende energie, maar mist het een gebalanceerde aanvulling? Dan kan een balancer of vitaminen- en mineralensupplement beter passen dan een grote portie brok. Heeft het extra calorieën nodig? Dan zijn goed verteerbare vezels en vetten voor veel paarden een rustiger alternatief dan grote zetmeelrijke maaltijden.
Verdeel krachtvoer over meerdere kleine porties als de dagelijkse hoeveelheid hoger wordt. Grote maaltijden met veel zetmeel kunnen de darmflora verstoren. Geef bovendien eerst ruwvoer en houd de overgang naar een nieuw voer geleidelijk, idealiter verspreid over minstens zeven tot veertien dagen.
Kijk verder dan het voederplan op papier
Een passend rantsoen ziet er bij elk paard anders uit. Observeer daarom dagelijks hoe jouw paard reageert. Mest moet goed gevormd zijn, zonder opvallend veel vocht, onverteerde delen of sterke geur. Let ook op eetlust, lichaamsconditie, vacht, energie tijdens het werk en veranderingen in gedrag.
Weeg ruwvoer regelmatig in plaats van enkel op het oog te voeren. Een klein hooinet of enkele vlokken kunnen sterk verschillen in gewicht. Controleer ook de eetduur: krijgt jouw paard voldoende, maar is alles in twee uur op? Dan kan een systeem met meerdere voermomenten, extra ruwvoer of een geschikt slowfeeder helpen. Kies een slowfeeder altijd met aandacht voor veilige maaswijdte, degelijk materiaal en de manier waarop uw paard ermee omgaat.
Paarden met overgewicht mogen niet zomaar drastisch minder ruwvoer krijgen. Te streng beperken verhoogt de kans op frustratie en kan gezondheidsrisico’s geven. Kies liever voor een gecontroleerde hoeveelheid analyseerbaar, minder energierijk ruwvoer, eventueel met veilige vertraging van de opname. Bij gewichtsverlies, terugkerende koliek, diarree, verminderde eetlust, tandenproblemen of hoefbevangenheid is overleg met dierenarts en voedingsdeskundige verstandig.
Een voerplan dat past bij jouw paard
De beste start is eenvoudig: bepaal het gewicht van jouw paard zo nauwkeurig mogelijk, noteer al het voer dat het werkelijk krijgt en laat ruwvoer beoordelen wanneer je twijfelt. Vergeet daarbij weidegang, snoepjes, supplementen en stro niet. Pas vervolgens één verandering tegelijk aan. Zo zie je beter wat werkt en voorkom je dat een gevoelige darm meerdere nieuwe prikkels tegelijk krijgt.
Bij SYAN Health geloven we dat voedingsadvies pas waardevol is wanneer het rekening houdt met het individuele paard én met wat voor jou dagelijks haalbaar is. Een zorgvuldig gekozen vezelbron, goed ruwvoer en een rustig voerritme kunnen al een merkbaar verschil maken. Jouw paard hoeft geen ingewikkeld menu, maar wel een basis die zijn spijsvertering, gedrag en dagelijkse comfort respecteert.



