Een paard dat plots stijf vertrekt, moeilijk voorwaarts wil of na licht werk opvallend gespannen aanvoelt, verdient aandacht. Bij paarden met PSSM kan zo’n signaal passen bij een spierprobleem, maar het is nooit verstandig om zelf meteen een diagnose te stellen. De juiste combinatie van dierenartsbegeleiding, passende voeding en een consequent bewegingsritme kan wel een groot verschil maken in comfort en dagelijks functioneren.
Wat is PSSM precies?
PSSM staat voor polysaccharide storage myopathy, een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de spierstofwisseling verstoord is. Bij PSSM1 slaan de spieren abnormaal veel glycogeen op. Glycogeen is een vorm waarin het lichaam energie bewaart. Wanneer die opslag en verwerking niet goed verlopen, kunnen spieren minder soepel werken en sneller pijnlijk of stijf worden.
PSSM1 is genetisch aantoonbaar en komt onder meer voor bij bepaalde trekpaarden, Quarter Horses, warmbloeden en kruisingen. Toch kan het bij uiteenlopende rassen voorkomen. De ernst verschilt sterk van paard tot paard. Sommige paarden vertonen al op jonge leeftijd duidelijke klachten, terwijl andere met een doordacht management weinig problemen lijken te hebben.
De term PSSM2 wordt nog geregeld gebruikt, maar vraagt extra nuance. Niet elk paard met spierklachten en een negatieve PSSM1-test heeft automatisch PSSM2. Onderzoek naar verschillende spierziekten en genetische factoren evolueert voortdurend. Laat je daarom niet leiden door een losse testuitslag of berichten op sociale media, maar bespreek klachten en onderzoeksresultaten altijd met je dierenarts.
Paarden met PSSM herkennen: let op het hele plaatje
De klachten kunnen subtiel starten en lijken soms op trainingsproblemen, rugpijn, kreupelheid of een paard dat gewoon niet goed in zijn vel zit. Veel eigenaars merken vooral een verandering in gedrag of beweging. Het paard wil minder graag aanspringen, vindt verzameling moeilijk, reageert gevoelig bij het poetsen of blijft lang stijf na rust.
Mogelijke signalen zijn onder andere:
- stijfheid, vooral na een rustdag of bij de start van het werk;
- korte passen, moeite met achterwaarts gaan of onregelmatig bewegen;
- harde, pijnlijke spieren of een opvallend gespannen bovenlijn;
- zweten, onwil of in ernstige gevallen donkere urine na inspanning.
Die signalen bewijzen op zichzelf geen PSSM. Donkere urine, uitgesproken spierpijn, zwakte of niet willen bewegen zijn wel redenen om onmiddellijk de dierenarts te bellen. Bij een acute spierbevanging kan snel handelen schade helpen beperken.
Een dierenarts beoordeelt niet alleen de symptomen, maar ook voeding, trainingsschema, huisvesting, gebit, hoefbalans en eventuele andere pijnbronnen. Afhankelijk van het verhaal kunnen een genetische test voor PSSM1, bloedonderzoek of een spierbiopt aangewezen zijn. Een goede diagnose voorkomt dat je tijd, geld en energie steekt in een aanpak die niet bij jouw paard past.
Voeding: minder zetmeel is vaak de basis
Voor veel paarden met bevestigde PSSM1 vormt een rantsoen met weinig suiker en zetmeel de kern van het management. Granen, krachtvoeders met veel zetmeel, grote porties melasse en sommige energierijke snacks kunnen voor gevoelige paarden minder geschikt zijn. Het doel is niet om zomaar alles te schrappen, maar om de energievoorziening beter af te stemmen op wat de spieren aankunnen en wat het paard werkelijk verbruikt.
Ruwvoer blijft de basis. Hooi van een betrouwbare kwaliteit, voldoende hoeveelheid en liefst met inzicht in het suikergehalte geven meer houvast dan gokken op basis van uitzicht alleen. Vooral bij paarden die snel verdikken, hoefbevangen zijn of weinig arbeid leveren, is een ruwvoeranalyse bijzonder waardevol. In België kan het suikergehalte van hooi sterk variëren door maaimoment, weersomstandigheden en bewaring.
Ook weidegang vraagt maatwerk. Gras is niet per definitie verboden, maar de hoeveelheid, het seizoen, de grasgroei en de gevoeligheid van het individuele paard bepalen wat haalbaar is. Voor sommige paarden werkt beperkt en gecontroleerd weiden goed. Andere paarden varen beter bij een paddock, een graasmasker of een aangepast uurrooster. Verander zulke maatregelen geleidelijk en volg lichaamsconditie, mest en gedrag nauw op.
Vet als energiebron: nuttig, maar niet automatisch nodig
Bij paarden die arbeid leveren en onvoldoende energie uit een zetmeelarm rantsoen halen, kan vet een deel van de energie aanvullen. Denk aan een passend olieproduct of een uitgebalanceerd vet- en vezelrijk voeder. Dat is geen standaardoplossing voor elk paard met PSSM. Een paard met overgewicht heeft bijvoorbeeld eerst baat bij een veilig plan voor gewichtsbeheersing, niet bij extra calorieën.
Wanneer je vet toevoegt, doe je dat stap voor stap. De totale balans blijft essentieel: voldoende kwaliteitsvolle eiwitten, vitaminen, mineralen en vooral vitamine E zijn relevant voor de spierfunctie. Geef niet op eigen initiatief hoge dosissen supplementen in de hoop spierproblemen op te lossen. Een supplement kan ondersteuning bieden, maar vervangt geen correct rantsoen, beweging of medische opvolging.
Regelmatig bewegen houdt spieren beter op gang
Bij PSSM is rust zelden de beste langetermijnstrategie. Veel paarden voelen zich beter met dagelijkse, rustige beweging dan met enkele intensieve trainingsmomenten per week. Spieren functioneren doorgaans beter wanneer ze geregeld en gecontroleerd gebruikt worden. Dat kan bestaan uit weide- of paddockbeweging, stappen aan de hand, longeren met mate en aangepast rijden.
De opbouw moet rustig gebeuren. Begin met een degelijke stapwarming-up en verhoog duur, tempo en belasting geleidelijk. Een paard dat stijf start, heeft vaak meer tijd nodig om los te komen. Vraag niet meteen verzameling, zware heuveltraining of explosief werk wanneer het lichaam nog niet klaar is. Na een rustperiode, bijvoorbeeld door vakantie, blessure of slecht weer, is opnieuw opbouwen extra belangrijk.
Let ook op wat er buiten de trainingsmomenten gebeurt. Een paard dat twintig uur per dag stil staat, kan niet alles compenseren met één uur rijden. Voldoende vrije beweging, een comfortabele ondergrond en zo weinig mogelijk lange stilstand zijn vaak even waardevol als het trainingsschema zelf.
Praktische opvolging maakt keuzes eenvoudiger
Een dagboek helpt om patronen te zien die anders gemakkelijk ontsnappen. Noteer voerwijzigingen, weidegang, training, weersomstandigheden, stijfheid en herstel na arbeid. Maak regelmatig foto’s van de lichaamsconditie en spierbespiering. Zo kun je samen met je dierenarts, trainer of voedingsadviseur beter beoordelen of een aanpassing werkelijk effect heeft.
Kijk ook kritisch naar het totaalplaatje. Slecht passende zadels, pijnlijke hoeven, gebitsproblemen, maagongemak en stress kunnen spanning en prestatieproblemen versterken. Een paard met PSSM heeft geen baat bij een eenzijdige verklaring voor elke klacht. Net door breed te kijken, bescherm je zijn welzijn het best.
Voor eigenaars kan het geruststellend zijn om te weten dat een PSSM-diagnose niet automatisch het einde van rijplezier of sport betekent. Veel paarden kunnen, mits een passend programma, comfortabel recreatief of zelfs op een hoger niveau actief blijven. De grenzen zijn individueel. Respecteer wat jouw paard aangeeft en meet vooruitgang niet alleen aan prestaties, maar ook aan ontspannen bewegen, herstel en levenskwaliteit.
Persoonlijk advies begint bij de juiste vragen
Bij SYAN Health geloven we dat voedingsadvies pas waardevol is wanneer het vertrekt vanuit jouw paard. Leeftijd, ras, gewicht, conditie, werk, ruwvoer, weidegang en een eventuele diagnose maken allemaal verschil. Een voeradvies voor een sobere pony op paddock ziet er nu eenmaal anders uit dan dat voor een sportpaard dat dagelijks traint.
Heb je een vermoeden van PSSM, start dan met een afspraak bij je dierenarts en verzamel zo veel mogelijk concrete informatie over de klachten. Is de diagnose al bevestigd, laat dan het rantsoen en bewegingsplan rustig beoordelen in plaats van meerdere grote veranderingen tegelijk door te voeren. Eén doordachte stap, consequent opgevolgd, geeft je paard vaak meer rust dan een kast vol goedbedoelde producten.



